Voor Joep Peters is wetgeving geen droge kost, maar gereedschap om een betere leefomgeving te bouwen. Als strateeg Wonen bij de gemeente Arnhem én docent ABW 1 voor de Omgevingswet bij de OmgevingsAcademy zet hij zijn ervaring in om bruggen te slaan tussen beleid, mensen en praktijk.
Na zijn studie rechten in Nijmegen begon Joep in 1991 bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). “De nieuwe Woningwet en het Bouwbesluit waren net ingevoerd. Als junior beleidsmedewerker was ik juridische vraagbaak voor telefonische vragen over bouwrecht.” Tegenwoordig richt hij zich op woningbouw in Arnhem en de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen. “Ik werk op drie niveaus: regionaal aan het woningbouwprogramma, binnen Arnhem aan de uitvoering van de omgevingsvisie en met het team Wonen aan de uitvoering van het woonbeleid. Dit raakt alles: sociaal domein, energietransitie, omgevingsplannen, duurzaamheid en natuurbeleid.”
Het lesgeven kwam op zijn pad via zijn baas bij de VNG, die in het curatorium van BOB zat en vond dat adviseurs ook les moesten geven. “Als telg uit een lerarenfamilie paste dat bij me.” Hij geniet van de groei van zijn deelnemers: “Na een enthousiaste start volgt rond de herfstvakantie vaak een dip, maar tegen Sinterklaas valt alles op zijn plek. Dat proces meemaken is geweldig.” De diversiteit in zijn klas vindt hij verrijkend. “Vroeger zaten er alleen mannen met een bouwtechnische achtergrond. Nu is het een mix van mannen en vrouwen met uiteenlopende achtergronden, en dat verhoogt het niveau.”

Joep Peters, strateeg Wonen bij de gemeente Arnhem en docent ABW 1.
Zijn expertise is zijn brede blik op wonen. “Ik heb in mijn loopbaan vrijwel alle beleidsdomeinen geraakt: van sociaal domein tot fysiek domein, van ruimtelijk-economisch beleid tot financiën. In Apeldoorn werkte ik bijna vijftien jaar in het sociaal domein en was ik zeven jaar eerste adviseur van meerdere wethouders. Daardoor weet ik precies hoe de samenwerking tussen wethouders, college, burgemeester, raad en griffie verloopt.”
Hij spreekt ook de taal van verschillende beleidsvelden: Economische Zaken, sociaal domein, inkoop en financiën. “Ik heb ruime ervaring met begrotingen, tussenrapportages en jaarrekeningen. Collega’s zetten mij graag in als bruggenbouwer: iemand die mensen en ideeën bij elkaar brengt, vertaalt tussen vakgebieden en zorgt voor onderlinge afstemming.”
Joep krijgt er energie van door de bomen wél het bos te zien en het management en bestuur te voorzien van integrale adviezen. “Als het lukt om een ingewikkeld en nuttig dossier verder te brengen, geeft dat voldoening.” Zijn werk aan de invoering van de verhuurvergunning in Arnhem noemt hij een hoogtepunt: “Ik geloof hierin en heb er met liefde aan gewerkt. Het doet me pijn te zien hoe mensen met een kleine portemonnee worden uitgebuit. Dat ik daar iets aan kan doen, raakt mij.”
Hij voelt zich helemaal thuis in zijn vakgebied. “Ik weet hoe de politiek en de gemeentelijke organisatie werken. Ik prijs mij gelukkig dat ik altijd leuke werkgevers heb gehad, waar ik mijn kracht en valkuilen mocht leren kennen. Soms maakte ik keuzes die achteraf minder goed bleken, maar daar leer je van. Inmiddels ken ik mijn zwakke punten, al blijft mijn enthousiasme groot. Ik kom het best tot mijn recht in een omgeving met vertrouwen, ruimte en waardering.”
De invoering van de Omgevingswet noemt Joep een mijlpaal, maar ook een startpunt. “Het kost jaren om dit in te laten dalen, zeker bij handhaving. Vanuit Wonen zie ik dat ‘woningtoezicht’ vaak ontbreekt, terwijl dit hard nodig is met de komst van nieuwe wetten zoals de Wet goed verhuurderschap, Betaalbare huur en straks Versterking regie volkshuisvesting.”
Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ziet hij als een krachtig instrument, mits het goed werkt. “Maar de complexiteit is groot: het omgevingsplan is enorm omvangrijk en vraagt veel van mensen. Beslissingsondersteunende systemen zijn onmisbaar, maar maken ons ook kwetsbaar. Vroeger loste je met een bundeltje in de hand en wat toelichting al veel op. Nu is dat zonder digitale systemen onmogelijk.”
De digitalisering heeft zijn vak ingrijpend veranderd. “Toen ik begon, werkte ik met floppy’s en ordners. Nu is alles digitaal. Fantastisch, maar ook kwetsbaar: zonder digitale systemen kan bijna niets meer.” De marktwerking in het publieke domein volgt hij kritisch. “En AI staat voor de deur, daar wil ik me nog in verdiepen.”
Joep deelt zijn kennis graag met nieuwe collega’s in het vak. “Het werk dat we doen is belangrijk. Bij de gemeente werk je vaak in de luwte, tot het misgaat – en dan gaat het ook goed mis. Regels zijn er om dat te voorkomen. Ze verhogen de kwaliteit, maar maken het ook complexer en duurder.” Met een voller wordend land en mondige burgers wordt toezicht en handhaving steeds uitdagender.
Zijn juridische vak vinden veel deelnemers het moeilijkste onderdeel van ABW 1, omdat ze vaak een technische achtergrond hebben. “Maar ze willen het wel weten. Vergunningvrij bouwen vinden ze altijd interessant – juist om te weten waar ze níet over gaan. Veel nieuwkomers vinden het vak ingewikkeld en onoverzichtelijk. Daar speelt de opleiding precies op in.”
Joep kijkt met trots terug op zijn werk bij de VNG aan de herziening van de Wro en de invoering van vergunningvrij bouwen. “Ik schreef namens de gemeente het advies. Tijdens een vrijdagmiddagoverleg met collega’s en VROM bedachten we een idee dat een jaar later in de wet stond – heel gaaf om mee te maken.” Bij de gemeente Apeldoorn noemt hij de invoering van de Wmo in 2007 en de verbreding in 2015 een hoogtepunt. “In een hecht team, samen met wethouder (later staatssecretaris) Blokhuis, hebben we dat huzarenstuk gerealiseerd. Een intensieve, maar mooie periode.”
In zijn lessen benadrukt Joep dat je voor een bijzondere werkgever werkt, ook als je bij een omgevingsdienst zit. Hij schetst graag het grote plaatje en laat deelnemers (bijvoorbeeld) de rol van wethouder aannemen. “Zo worden abstracte begrippen als ‘bestuursorgaan’ ineens concreet. Inhoudelijk neem ik ze altijd mee in de praktijk. Zo wordt abstract recht concreet.” Anekdotisch zijn de diners tijdens de opleiding. “Het eten is vaak het hoogtepunt van de dag en er wordt serieus vergeleken tussen locaties.”
Zijn advies voor nieuwe deelnemers: “Gun jezelf twee jaar om het vak te begrijpen. Je examen halen is één ding, overzicht komt pas later. Accepteer dat je niet alles meteen weet. Zelfs ik leer nog steeds bij. Zo ontdekte ik onlangs pas wat een TAM-omgevingsplan echt is. Ik kende de afkorting wel, maar het verschil met de wijziging van een bestaand omgevingsplan? Dat leerde ik nu pas. Zo zie je maar.”