Wie door Rotterdam loopt, ziet overal sporen van zijn werk. Van hoogbouw aan de Maas tot herontwikkeling van monumenten: Pieter Dudok werkt al jaren aan het juridisch mogelijk maken van de stad. Bij de gemeente Rotterdam is hij strategisch adviseur omgevingsplan. Daarnaast verzorgt hij bij BOB-KOB de negendaagse module Omgevingswet binnen de opleiding ABW 1.
“Onze kernopgave is oude bestemmingsplannen en verordeningen omzetten naar het nieuwe omgevingsplan,” vertelt Pieter over zijn werk in Rotterdam. “Steeds gaat het om de vraag: hoe vertaal je regels op papier naar wat buiten écht kan?” Naast strategische overleggen en afstemming met partners als Havenbedrijf en DCMR Milieudienst Rijnmond beoordeelt hij afwijkende plannen, behandelt hij juridische procedures en is hij periodiek jurist van de dag (vraagbaak). Bij gevoelige projecten gaat hij altijd ter plaatse kijken om de situatie zelf te zien en stevig te kunnen motiveren.

Pieter Dudok, strategisch adviseur omgevingsplan en docent voor de opleiding ABW 1 van BOB-KOB.
“Wat ik mooi vind, is dat je wensen van de markt mogelijk kunt maken. Of het nou een particulier betreft, een projectontwikkelaar of een agrariër. Ik krijg er energie van als het lukt om hun plannen te realiseren, zonder dat je de belangen van omwonenden en andere belanghebbenden vergeet. De kunst is om niet meteen te zeggen: dit kan niet, maar om samen te zoeken naar wat wél kan.”
Dat hij dit werk zou doen, had hij tijdens zijn rechtenstudie niet verwacht. “Ik heb Internationaal en Europees recht gestudeerd en zag mijzelf in Den Haag of Brussel wetten maken. Via een adviesbureau rolde ik bij een gemeente binnen. Eerst Schouwen-Duiveland, later Rotterdam. En eigenlijk maak ik nu ook wetten, alleen op gemeentelijk niveau. Het omgevingsplan is in feite wetgeving, maar dan dichter bij de praktijk.”
Collega’s kloppen vaak bij Pieter aan voor zijn expertise over afwijkingsmogelijkheden. “Onder de oude wetgeving de Wabo, en nu de BOPA, zowel inhoudelijk als procedureel. Ook krijg ik veel vragen over interpretatie van regels. Het is nooit zwart-wit, daarom is er jurisprudentie. Die volg ik goed en daardoor kan ik knopen doorhakken. Mijn doel is dat we als gemeente in negentig procent van de gevallen hetzelfde antwoord geven. Dat geeft duidelijkheid voor iedereen.”
Een project waar hij trots op is: de herontwikkeling van het oude postkantoor aan de Coolsingel. “Dat gebouw stond meer dan tien jaar leeg. Het is een rijksmonument, dus ontwikkeling was lastig. Er waren negatieve adviezen, veel weerstand en procedures tot aan de Raad van State. Samen met een collega heb ik dat hele traject juridisch getrokken. Uiteindelijk hebben we zelfs monumentenorganisaties en de Rijksdienst kunnen overtuigen. Nu verrijst er achter de originele gevel een toren van 150 meter, met een vijfsterrenhotel, horeca, winkels en woningen. Fantastisch om te zien.”
Dankzij collega-docent Hans Barendregt ging hij lesgeven. “Het eerste jaar liep ik met Hans mee. Dat was heel leerzaam, maar ook pittig: een hele dag voor een groep staan en ze enthousiast houden. Maar inmiddels heb ik er handigheid in en vind ik het geweldig om kennis over te dragen.” De motivatie van zijn deelnemers waardeert hij. “Die is er eigenlijk altijd. Nu de Omgevingswet ruim twee jaar draait, hebben deelnemers meer ervaring en kennis. Daardoor hoef je minder basis uit te leggen en kun je sneller de diepte in.”
Hij neemt zijn praktijkervaring graag mee de klas in. “Zoals hoe we in Rotterdam digitalisering inzetten om plannen concreet te maken. Zo werken we met een digital twin van de stad: een digitaal model waarin gebouwen, ondergrond, bomen en kabels zijn opgenomen. Ontwikkelaars kunnen hun ontwerp erin zetten en dan zie je direct wat het doet met de omgeving. Dat maakt het tastbaar en helpt enorm bij besluitvorming.”
Ook AI volgt hij met belangstelling. “Voor mezelf gebruik ik het nu vooral als sparringpartner. Als ik vastloop of creatief wil kijken, helpt het me om andere invalshoeken te vinden. Maar in ons vakgebied zijn de regels nog niet geschikt om automatisch door een computer te laten toetsen. Zover zijn we nog niet.”
Kan de Omgevingswet beter, vindt hij? “De wet vormt geen probleem, maar de mensen, en hoe zij hem interpreteren. De overgang naar de BOPA verandert weinig: het gaat er nog steeds om goed te motiveren waarom een ontwikkeling aanvaardbaar is. Daarbij hoort proportionaliteit. Kleine afwijkingen vragen om een korte motivering, grote afwijkingen om uitgebreid onderzoek en een zwaardere onderbouwing.” Sinds de invoering van de wet ziet hij de neiging om álle plannen maximaal te onderzoeken, maar Pieter vindt: “Kijk per geval wat echt nodig is.”
Kennis delen vindt hij super belangrijk. “Vroeger zei men: kennis is macht. Ik zeg: kennis delen is kracht. Je maakt jezelf en je collega’s beter door te delen. Ik stuur vaak uitspraken of jurisprudentie rond met de boodschap: doe er je voordeel mee. En andersom vind ik het waardevol als ik updates van anderen krijg. Dat houdt je scherp en up-to-date.”
Zijn tip voor nieuwkomers is om eerst het speelveld goed te overzien: “leer hoe de gemeente werkt, welke afdelingen en teams er zijn, voordat je je verdiept in specifieke procedures. Begin breed als generalist en ontwikkel pas later een specialisme, zodat je niet vastloopt in één niche zoals stikstof of natuurbescherming. En vergeet niet: je kunt nooit alle belangen tegelijk dienen. Soms moet je gewoon nee zeggen. Dat hoort erbij.”